Flora en fauna

Gerelateerde afbeelding

Maar het antropoceen is geen nieuwerwets fenomeen van de laatste paar eeuwen. Tienduizenden jaren geleden al, toen onze voorouders uit de steentijd zich van Oost-Afrika naar alle hoeken van de aardbol verspreidden, veranderden ze de flora en fauna van elk continent en eiland waar ze zich vestigden. Ze roeiden alle andere mensensoorten op de wereld uit, 90 procent van de grote dieren in Australië, 75 procent van de grote zoogdieren van Amerika, zo’n 50 procent van alle grote co-working space rotterdam landzoogdieren op de planeet, en dat allemaal voordat ze hun eerste tarweveld inzaaiden, hun eerste metalen werktuig fabriceerden, hun eerste teksten schreven en hun eerste munten sloegen.6 Grote dieren waren de voornaamste slachtoffers omdat ze in relatief kleine aantallen voorkwamen en zich traag voortplantten. Vergelijk bijvoorbeeld mammoeten (die uitstierven) met konijnen (die nog steeds bestaan). Een kudde mammoeten telde niet meer dan twintig à dertig individuen en breidde zich met misschien twee jonkies per jaar uit. Als
de plaatselijke mensenstam slechts drie mammoeten per jaar doodde, lag het sterftecijfer daarmee dus al hoger dan het geboortecijfer, waarmee de mammoeten binnen een paar generaties verdwenen waren. Konijnen fokken daarentegen als konijnen. Zelfs als mensen honderden konijnen per jaar verschalkten was dat niet genoeg om ze uit te roeien. Niet dat onze voorouders van plan waren de mammoeten te co-working space utrecht laten uitsterven, ze waren zich gewoon niet bewust van de gevolgen van wat ze deden. Het uitsterven van mammoeten en andere grote dieren is volgens de evolutionaire tijdrekening wel snel gegaan, maar in menselijke termen ging het heel langzaam en geleidelijk. Mensen leefden niet langer dan zeventig of tachtig jaar, terwijl het proces van uitsterven eeuwen in beslag nam. De vroege sapiens zagen waarschijnlijk geen enkel verband tussen de jaarlijkse mammoetjacht – waarbij niet meer dan twee of drie mammoeten werden gedood – en het verdwijnen van deze wollige reu
.
zen. Hoogstens zal een nostalgisch oudje een keer tegen wat sceptische jongeren hebben gezegd dat er in zijn jeugd veel meer mammoeten waren. En ook meer mastodonten en reuzenherten. En natuurlijk waren de stamhoofden toen ook nog te vertrouwen en hadden kinderen nog respect voor ouderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *