De gemeente Noordoostpolder

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De beslissing wordt ter inzage gelegd (art. 7.8b lid 6 Wm).
Indien het bevoegd gezag zelf voornemens is een MER-beoordelingsplichtige activiteit te ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit een beslissing omtrent winkel huren rotterdam de vraag of, vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder deze activiteit wordt ondernomen, een MER moet worden gemaakt (art. 7.8d Wm)
• Voorbeeld In de gemeente Noordoostpolder was een milieuvergunning aangevraagd voor een fokkerij van 10560 mestvarkens. Burgemeester en wethouders handhaafden na een bezwaarschrift hun eis dat een MER werd opgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde in beroep het besluit, omdat burgemeester en winkel huren amsterdam wethouders geen bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bijzondere kenmerken van de omgeving, konden aantonen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeerde: ‘Verweerders (de gemeente) hebben ook geen bijzondere kenmerken van de omgeving genoemd, die aanleiding geven voor het oordeel dat nader onderzoek in het kader van een milieu-effectrapportage naar de gevolgen van de inrichting is vereist. De Afdeling is gelet hierop winkel huren utrecht dan ook van oordeel dat verweerders zich wegens de door hen genoemde omstandigheid niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat een milieu-effectrapportage nodig is.’ (ABRvS 11 september 1998, BR 1998/960)
Een beslissing op grond van art. 7.8b lid 1 Wm dat geen milieueffectrapportage is vereist, is een beslissing inzake de procedure tot voorbereiding van een besluit. Volgens art. 6:3 Awb is die niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Degene die naar zijn mening ten onrechte een MER-plicht opgelegd krijgt, kan daartegen dus een bezwaarschrift indienen. Indien iemand winkel huren eindhoven voor een activiteit geen MER-plicht opgelegd krijgt, kan een derde, bijvoorbeeld de buurman, daartegen geen ontvankelijk bezwaarschrift indienen (Vz ABRvS
354 9 Wet milieubeheer
5 juni 2000, BR 2000/758). Tegen het uiteindelijke besluit kan een belanghebbende wel bezwaar of beroep indienen, bijvoorbeeld indien hij van mening is dat ten onrechte geen MER is gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *