Bevoegdheden van de gemeenteraad

Gerelateerde afbeelding

Bevoegdheden van de gemeenteraad Art. 147 Gemw bevestigt nog eens het primaat van de raad: de raad stelt de gemeentelijke verordeningen vast voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij wet (bijvoorbeeld art. 176 Gemw: de burgemeester kan noodverordeningen vaststellen) of krachtens de wet door de raad zelf aan burgemeester en wethouders of de burgemeester is toegekend (op grond van art. 156 Gemw kan de raad een aantal van zijn bevoegdheden aan burgemeester en wethouders delegeren). De raad is dus het primaire orgaan binnen de gemeente, ook het primaire bestuursorgaan, zowel op het gebied van autonomie als op het gebied van medebewind. Overigens geeft de bijzondere wetgever steeds met zo veel woorden aan van welk bestuursorgaan het medebewind wordt gevraagd, dus van ‘de gemeenteraad’ of van ‘burgemeester en wethouders’.
De bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen is niet onbegrensd. Volgens art. 149 Gemw maakt de raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt: zijn verordeningen moeten de huishouding van de gemeente betreffen en mogen zich niet begeven in de particuliere sfeer. De raad is dus niet tot regelgeving bevoegd wanneer de handelingen die hij zou willen regelen vanuit de privésfeer geen uitstraling op het openbare leven hebben. Verder flexplek nijmegen mag de raad geen verordeningen maken voor onderwerpen waarin reeds een hogere regeling voorziet, tenzij in de aanvullende sfeer (art. 121 Gemw) indien de hogere regeling daartoe ruimte laat. Gemeentelijke verordeningen vervallen van rechtswege wanneer een hogere regeling op een later tijdstip over hetzelfde onderwerp tot stand komt (art. 122 Gemw). De Kroon (via het vernietigingsrecht) en de rechter (via onverbindendverklaring) houden dit in de gaten. De Gemeentewet bevat daarnaast nog een aantal bepalingen die het primaat van de raad nog eens extra onderstrepen. Art. 150 Gemw: De raad heeft de bevoegdheid om een inspraakverordening te maken. Art. 151a Gemw: De raad heeft de bevoegdheid om een prostitutieverordening te maken. Art. 151b Gemw: De raad kan de burgemeester de bevoegdheid verlenen om veiligheidsrisicogebieden aan te wijzen, in geval van (vrees voor) verstoring van de openbare orde. Art. 155a Gemw: De raad kan een onderzoek instellen naar het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Art. 156 Gemw: De raad kan aan burgemeester en wethouders en aan een commissie alle bevoegdheden van de raad overdragen, met uitzondering van een aantal concreet aangegeven bevoegdheden (vaststelling van de begroting en rekening, vaststelling van belastingverordeningen, het stellen van straf op overtreding van verordeningen) en ook met uitzondering
2.5 Lagere rechtsgemeenschappen 59
van een aantal bevoegdheden die zich uit hun aard niet voor delegatie lenen (bijvoorbeeld de hiervoor beschreven bevoegdheid tot het stellen van algemene regels: immers, dan zouden burgemeester en wethouders zichzelf die regels stellen). Met deze uitzonderingen geldt de delegatiebevoegdheid voor alle aangelegenheden waartoe de raad competent is. De raad krijgt daarmee alle vrijheid de interne bestuursstructuur van de gemeente zelf in te richten: hij kan nu zelf bepalen wat hij aan zich wil houden en wat hij aan andere gemeentelijke organen wil overlaten. Art. 60 Gemw: Dit artikel is al eerder ter sprake geweest in de passage over het college van burgemeester en wethouders: de raad kan in een algemene regeling aangeven welke besluiten van het college (en van de burgemeester) aan de leden van de raad moeten worden medegedeeld dan wel voor dezen ter inzage moeten worden gelegd. Ook deze bepaling beoogt de positie van de raad, via verbetering van de informatieverstrekking aan de individuele raadsleden, te versterken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *