Tweedelijns toezicht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Tweedelijns toezicht Er is rijks- en provinciaal toezicht op de uitvoering en de handhaving van de Wro zelf: het ‘tweedelijns toezicht’. Met het kantoor huren woerden toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro zijn de door de minister van VROM aangewezen ambtenaren belast (art. 7.3 Wro). Zij gaan na of de Wro goed wordt uitgevoerd door gemeente en provincie en gehandhaafd door de gemeente.
De minister van VROM kan, indien dat in het belang van een goede ruimtelijke ordening geboden is, vorderen dat het tot intrekken bevoegde kantoor huren capelle aan de ijssel bestuursorgaan (burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten) binnen een door hem te stellen termijn de aanleg- of sloopvergunning intrekt (art. 7.6 Wro). Op grond van art. lOOaa Wonw geldt dat de minister van VROM, indien dat in het belang van een goede ruimtelijke ordening geboden is, kan vorderen dat het tot intrekken bevoegde bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn de bouwvergunning intrekt. Indien het bestuursorgaan aan de vordering geen gevolg geeft, kan de minister van VROM tot zes weken na het kantoor huren heerhugowaard verstrijken van de gestelde termijn zelf een intrekkingsbeschikking geven van de aanleg- of sloopvergunning of van de bouwvergunning op grond van de Woningwet.
Gedeputeerde Staten kunnen, indien dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening ter behartiging van provinciale belangen geboden is, burgemeester en wethouders verzoeken binnen een bepaalde termijn de aanleg- of sloopvergunning respectievelijk de bouwvergunning in te trekken (art. 7.7 Wro resp. lOOab Wonw).
194 4 Wet ruimtelijke ordening
De minister van VROM kan nog zwaardere middelen inzetten. Indien dat in het belang van een goede ruimtelijke ordening geboden is, kan hij vorderen dat burgemeester en wethouders ter zake van de overtreding van een bij of krachtens deze wet gesteld voorschrift binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren. De vergelijkbare bepaling in de Woningwet is art. lOOb: de minister van VROM kan, indien dat in het belang van de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV van de Woningwet dringend kantoor huren bussum geboden is, vorderen dat burgemeester en wethouders binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren. Een bekende overtreding van de Woningwet is bouwen zonder bouwvergunning.

Wet ruimtelijke ordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De geleden schade moet een gevolg zijn van de bepalingen van het bestemmingsplan, het bestemmingsplan moet een oorzaak zijn. (Onder bestemmingsplan worden in deze paragraaf ook de bij a t/m g genoemde besluiten verstaan.)
•Voorbeeld Uit een kantoor huren woerden uitspraak van de Afdeling geschillen van bestuur blijkt hoe het begrip ‘gevolg van de bepalingen van een bestemmingsplan’ geïnterpreteerd moet worden. De gemeenteraad van Borne had bij de Afdeling betoogd dat er tussen de aanwezigheid van de te vestigen afvalstortplaats en de waardevermindering van de woning van de burger die schadevergoeding verzocht ‘een onmiskenbare rechtstreekse relatie’ moest zijn om kantoor huren capelle aan de ijssel voor vergoeding in aanmerking te komen. De Afdeling stelde echter dat dit criterium te stringent was toegepast. De bepaling van de relatie tussen oorzaak en gevolg, de causaliteitsvraag, moet onderdeel zijn van de algemeen te beantwoorden vraag of de schade die men lijdt of zal lijden toerekenbaar is aan de schadeveroorzakende maatregel. (AGRvS 31 oktober 1991, AB 1992/269)
Vergelijking planologische regimes Om de schade te bepalen moet vergeleken worden wat de waarde is van de zaak waar het om gaat onder het oude bestemmingsplan en onder het nieuwe bestemmingsplan. De planologische regimes worden vergeleken. Het nieuwe bestemmingsplan gaat op een bepaalde dag in werking; de waarde op die dag wordt kantoor huren heerhugowaard vergeleken met de waarde van de dag ervoor.
De waarde die bij toepassing van art. 6.1 in aanmerking moet worden genomen is het bedrag dat een redelijk denkende en handelende koopgegadigde voor de zaak zou bieden. Als onder het oude plan veel nadelige ontwikkelingen mogelijk zijn, zal de
planschadevergoeding klein of nihil zijn. Het is dus belangrijk om te weten welke mogelijkheden kantoor huren bussum moeten worden meegerekend. Bij de vergelijking is niet de feitelijke situatie van belang, maar wat op grond van dat regime maximaal kon worden gerealiseerd, ongeacht of verwezenlijking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De beslissing op een aanvraag aanlegvergunning die verplicht is op grond van een voorbereidingsbesluit (art. 3.7 lid 3 Wro) wordt niet aangehouden: de gemeente wordt daardoor gestimuleerd niet lichtvaardig bij een voorbereidingsbesluit een aanlegvergunningsstelsel op te nemen (art. 3.18 lid 2 onder c Wro).
Belanghebbenden kantoor huren woerden kunnen niet aan het lijntje worden gehouden: de aanhoudingstermijn is gemaximeerd. De aanhouding eindigt indien: a het voorbereidingsbesluit is vervallen doordat niet binnen een jaar een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage is gelegd; b de gemeenteraad niet tijdig -binnen twaalf weken na de termijn van terinzageligging – heeft beslist omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan; c de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan na de vaststelling is kantoor huren capelle aan de ijssel overschreden – twee weken indien er geen zienswijzen zijn ingediend; d het bestemmingsplan in werking is getreden; e een verklaring van Provinciale Staten dat een verordening wordt voorbereid met voorschriften omtrent de inhoud van bestemmingsplannen niet binnen zes maanden wordt gevolgd door de inwerkingtreding van zo een verordening, of de verklaring van een betrokken minister dat een AMvB wordt voorbereid niet binnen negen maanden wordt gevolgd door de inwerkingtreding van de AMvB; f de verordening of de AMvB in kantoor huren heerhugowaard werking is getreden.
Aan het einde van de termijn moet op de aanvraag worden beslist door toetsing aan het dan geldende plan. Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid de beslissing niet aan te houden. Zij kunnen de aanlegvergunning verlenen indien: a het werk of de werkzaamheid niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan; of b het een werk of werkzaamheid betreft ten aanzien waarvan een gemeentelijk, provinciaal of rijksprojectbesluit wordt kantoor huren bussum genomen (art. 3.10, 3.27 of 3.29 Wro) of burgemeester en wethouders een tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan of een in het Bro genoemde ontheffing (art. 3.22, 3.23, 3.27, 3.29 Wro) verlenen of indien besloten wordt af te wijken van een beheersverordening (art. 3.40, 3.41 of 3.42 Wro).

Een bestemmingsplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Op grond van art. 3.1.4 Bro moet een bestemmingsplan voor een uit te werken deel van het plan op een zodanige wijze de doelstellingen aangeven, dat voldoende inzicht wordt verkregen in de toekomstige ontwikkeling van het kantoor huren woerden desbetreffende gebied. Het bestemmingsplan zelf moet de uitwerkingsregels (art. 3.6 lid 1 aanhef Wro) bevatten. Bij de inspraak over het bestemmingsplan, het moederplan, kunnen die regels ter discussie komen.
Voorbeeld Het is niet mogelijk om in een bestemmingsplan op te nemen dat een uitwerking moet voldoen aan een nog door de gemeenteraad vast te stellen stedenbouwkundig programma van eisen. De uitwerkingsregels kantoor huren capelle aan de ijssel zelf moeten voldoende inzicht geven in de bestemmingen en in het toekomstig handelen (uitwerkingen maken) van de gemeente. Gedeputeerde Staten mogen een dergelijk plan niet goedkeuren. De Afdeling bestuursrechtspraak sprak uit: ‘ … moet worden geoordeeld dat de ingevolge art. 11 lid 1 WRO te geven uitwerkingsregels niet voldoen aan de eisen die daaraan uit het oogpunt van rechtszekerheid gesteld dienen te worden. Verweerders (GS) hadden hieraan dan ook geen goedkeuring mogen verlenen.’ (ABRvS 9 juni 1998, AB 1998/338)
Betrekken belanghebbenden Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld kantoor huren heerhugowaard hun zienswijzen omtrent een voorgenomen ontheffing of nadere eis kenbaar te maken. Betreft het – verdergaande bevoegdheden – een uitwerking of een wijziging, dan moet de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd, waarbij burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzageligging omtrent de uitwerking of wijziging moeten besluiten (art. 3.6 lid 5 Wro).
Wijziging en uitwerking Een wijziging of uitwerking bevat – net als het bestemmingsplan kantoor huren bussum (art. 3.1.10 Bro) -naast de bestemmingen en regels, in elk geval a een geometrische plaatsbepaling van het plangebied en van de daarin aangewezen bestemmingen; b een beschrijving van die bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven.

Wettelijk voorschrift

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Kortom, bij wettelijk voorschrift worden bevoegdheden geattribueerd; deze bevoegdheden kunnen, wanneer de wet het toelaat, worden gedelegeerd van het ene aan het andere orgaan. Delegatie aan een kantoor huren woerden ondergeschikte is niet toegestaan, aldus art. 10:14 Awb. Nadrukkelijk bepaalt de Awb ook dat wanneer een bestuursorgaan zijn bevoegdheid heeft gedelegeerd, het bestuursorgaan deze bevoegdheid niet meer zelf mag uitoefenen (art. 10:17 Awb).
• Voorbeeld Een voorbeeld van een verboden delegatie is te vinden in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Op het verzoek van H.J. Jansen te Amsterdam om toestemming als bedoeld in art. 56 lid 1 Wonw voor het samenvoegen van twee woningen in Amsterdam tot één woning was beslist door de directeur van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting. Voor zijn bevoegdheid om op verzoeken als kantoor huren capelle aan de ijssel hier aan de orde te beslissen, was door genoemde directeur in de aanhef van zijn beslissing onder meer verwezen naar het besluit van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 2 november 1982. Naar het oordeel van de Afdeling moest het, gelet op de bewoordingen van dit besluit, er voor worden gehouden dat burgemeester en wethouders met hun kantoor huren heerhugowaard besluit van 2 november 1982 de bevoegdheid om in de nader in dit besluit aangegeven gevallen te beslissen op verzoeken ex art. 56 Wonw hadden overgedragen aan de directeur van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting of diens plaatsvervanger. De door verweerster (de sub-commissie Overige Geschillen van de Commissie Beroepszaken Administratieve Geschillen in Noord-Holland) gehuldigde opvatting dat het besluit van burgemeester en wethouders van 2 november 1982 moest worden aangemerkt als een mandaatsbesluit deelde de Afdeling niet. Aangezien de in art. 56 lid 7 Wonw aan burgemeester en wethouders toegekende bevoegdheid bij gebreke van een wettelijke grondslag daarvoor, niet aan een ambtenaar kon worden gedelegeerd, moest worden geconcludeerd dat de beslissing waartegen appellant beroep bij verweerster had ingesteld onbevoegdelijk was genomen. Verweerster was in beroep bevoegd en ook gehouden tot een volledige heroverweging van de aangevochten beslissing, waarbij in beginsel ook eventueel aan die beslissing klevende gebreken konden worden hersteld; doch deze bevoegdheid ging niet zo ver dat zij in de procedure die leidde tot haar beslissing op kantoor huren bussum het beroep, ook gebreken kon laten herstellen die verband hielden met de bevoegdheid om in eerste instantie te beslissen op een verzoek als hier aan de orde. Volgde vernietiging wegens strijd met art. 56 lid 3 Wonw. (ABRvS 10 september 1988, nr. R03.86.1415)

Dienstplichtigen en ambtenaren

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Administratief beroep Het administratief beroep neemt binnen de rechtsbescherming tegen de overheid een geheel aparte plaats in. In de Awb is niet bepaald in welke gevallen tegen een bestuursbesluit administratief flexplek huren rotterdam beroep mogelijk is. Wanneer administratief beroep openstaat, is dit namelijk altijd geregeld in een bijzondere wet. Wel geeft de Awb een aantal algemene bepalingen die, behalve voor administratieve rechtspraak, ook voor administratief beroep gelden. In de bijzondere wet die administratief beroep openstelt, is te zien tegen welk soort bestuurshandelingen administratief beroep mogelijk is: alleen tegen besluiten of ook tegen andere handelingen. De wetgever heeft een duidelijke voorkeur voor het stelsel van administratieve rechtspraak. De uitdrukkelijke mogelijkheden tot het instellen van administratief beroep flexplek huren amsterdam zijn in de loop van de tijd uit de meeste bijzondere wetten verdwenen, waardoor de normale rechtsbeschermingsmogelijkheden van de Awb open zijn komen te staan. Uitzonderingen op de normale procedure van de Awb In een aantal wetten wordt afgeweken van het algemene systeem van de Awb. Voorbeeld Met betrekking tot verleende vergunningen ingevolge de Wet milieubeheer geldt dat slechts beroep bij één rechterlijke instantie mogelijk is, namelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zowel de bezwaarmogelijkheid als de beroepsmogelijkheid op de administratieve kamer van de rechtbank wordt hier dus overgeslagen.
Naast de verruiming die art. 6:2 Awb geeft aan het begrip ‘besluit’ (een weigering om een besluit te nemen en het niet-tijdig nemen van een besluit, staan gelijk aan het nemen van een besluit), wordt in de Awb een aantal beperkingen en uitbreidingen genoemd op het bezwaar- en beroepsrecht bij besluiten: als ambtenaren of dienstplichtigen flexplek huren utrecht belanghebbenden zijn, voor voorbereidingsbeslissingen, als de belanghebbende geen bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit, voor privaatrechtelijke handelingen en voor besluiten die op de negatieve lijst van de Awb staan.
Uitbreiding begrip ‘besluit’ voor dienstplichtigen en ambtenaren Art. 8:1 lid 2 Awb bepaalt dat met een besluit wordt gelijkgesteld een andere handeling van een bestuursorgaan waarbij ambtenaren en dienstplichtigen flexplek huren eindhoven belanghebbenden zijn. In dit geval zijn dus niet alleen besluiten maar ook andere (bijvoorbeeld feitelijke) handelingen binnen het rechtsbeschermingsgebied van de Awb gebracht.

Doorzendplicht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Doorzendplicht Art. 2:3 Awb verplicht het bestuursorgaan geschriften naar het bevoegde bestuursorgaan door te zenden, indien het zelf niet bevoegd is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verkeerd geadresseerde verzoekschriften. In de praktijk werd deze regel al gehanteerd voordat de wettelijke verplichting ontstond.
Geen vooringenomenheid Het bestuursorgaan moet zijn taak zonder vooringenomenheid vervullen: het dient ervoor te waken dat tot het flexplek huren rotterdam bestuursorgaan behorende en daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (art. 2:4 Awb). De achterliggende gedachte is dat de overheid handelt zonder aanziens des persoons en het discriminatieverbod van art. 1 Gw niet overtreedt.
3.1 Algemene wet bestuursrecht 87
•Voorbeeld Een besluit van de gemeente Amsterdam werd vernietigd omdat het was voorbereid door een adviescommissie die bestond uit ambtenaren die werkzaam waren bij de gemeente Amsterdam, terwijl de flexplek huren amsterdam bezwaren van appellanten zich juist richtten tegen een vergunning aan (een dienst van) diezelfde gemeente Amsterdam. De rechter oordeelde dat hierdoor bij die advisering ten minste de schijn van partijdigheid is gewekt, en dat onvoldoende recht gedaan is aan het fundamentele rechtsbeginsel, vervat in art. 2:4 lid 1 Awb. (CBB 21 december 1994, nr. 942538/098/159)
Geheimhoudingsplicht Art. 2:5 Awb handelt over de geheimhouding van vertrouwelijke gegevens door bestuursorganen.
Taalgebruik Volgens afdeling 2.2 Awb dienen bestuursorganen als taal het Nederlands te gebruiken. Binnen de provincie Friesland is het gebruik van flexplek huren utrecht de Friese taal toegestaan.
Elektronisch verkeer Afdeling 2.3 Abw bevat regels voor het verkeer langs elektronische weg tussen burgers en bestuursorganen en tussen bestuursorganen onderling. Vergunningen, ontheffingen en subsidies kunnen in beginsel langs elektronische weg worden aangevraagd en verleend. Elektronisch verkeer is alleen mogelijk als de burger kenbaar flexplek huren eindhoven heeft gemaakt langs die weg bereikbaar te zijn. Elektronisch verkeer met de overheid is alleen mogelijk als het bestuursorgaan die weg heeft opengesteld. Verder moet het elektronisch verkeer voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk zijn.

Grondrechten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties In 1952 kwam de Wet op de bedrijfsorganisatie, steunend op art. 134 e.v. Gw, tot stand. De artikelen flexplek huren rotterdam gaan over ‘openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere openbare lichamen’. De wet beoogt door publiekrechtelijke ordening de werkzaamheid van het bedrijfsleven te bevorderen en de belangen van de bedrijven en de daarin werkzame mensen te behartigen. Hoogste lichaam in deze organisatie is de Sociaal-Economische Raad (SER). Deze bestaat uit 45 leden. Een derde deel wordt benoemd door de Kroon, een derde deel door de flexplek huren amsterdam werkgeversorganisaties en een derde deel door de werknemersorganisaties. Lagere lichamen in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties zijn de productschappen en (hoofd)bedrijfschappen. Productschappen kunnen worden ingesteld voor bedrijven die verschillende functies vervullen ten aanzien van een bepaald product of groep van producten; het zijn verticaal opgebouwde organisaties. Een voorbeeld is het Productschap voor Vee en Vlees. Bedrijfschappen kunnen worden ingesteld voor bedrijven die eenzelfde of een soortgelijke functie vervullen in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld de detailhandel of de groothandel: het zijn horizontaal opgebouwde organisaties. De SER, productschappen en bedrijfschappen hebben verordenende bevoegdheden, maar deze verordeningen zijn slechts bindend voor de bedrijven die flexplek huren utrecht werken op het terrein van het verordenende orgaan. In elke democratische staat hebben de burgers een aantal fundamentele rechten die zij tegenover de staat kunnen laten gelden. Deze fundamentele rechten worden onderscheiden in burgerschapsrechten en grondrechten. Burgerschapsrechten zijn rechten die Nederlandse staatsburgers bezitten, zoals het kiesrecht. Grondrechten zijn rechten die aan eenieder toekomen, die zich op het Nederlands grondgebied bevindt, flexplek huren eindhoven ongeacht zijn nationaliteit. Grondrechten worden op hun beurt weer onderscheiden in klassieke grondrechten en sociale grondrechten. De Grondwet en internationale verdragen bevatten grondrechten. Grondrechten kunnen zowel horizontale als verticale werking hebben. Overigens gelden niet alle grondrechten onbeperkt.

Lagere wetgeving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Hiervoor is de totstandkoming van wetten, AMvB’s en ministeriële verordeningen aan de orde geweest. Hierbij ging het steeds om algemeen verbindende voorschriften afkomstig van de rijksoverheid. Naast de flexplek huren rotterdam rijksoverheid zijn echter ook de lagere overheden zoals provincies, waterschappen en gemeenten bevoegd om algemeen verbindende voorschriften te geven. De bevoegdheid van de lagere overheden om deze voorschriften te geven, ontlenen zij aan een formele wet. Bij de behandeling van deze lagere overheden zal hier meer aandacht aan worden besteed (par. 2.5).
Relatie tussen diverse soorten wetgeving Wettelijke voorschriften zijn afkomstig uit internationale verdragen, de Grondwet, wetten afkomstig van de nationale flexplek huren amsterdam formele wetgever, afkomstig van de regering (AMvB’s), afkomstig van ministers en van provincies en gemeenten. Het is niet automatisch zo dat deze voorschriften altijd met elkaar stroken. Soms ontstaan er conflictsituaties tussen de diverse wettelijke voorschriften en de vraag is dan welk voorschrift voorrang heeft. Deze vraag kan als volgt worden beantwoord: Wettelijke voorschriften van de gemeente mogen niet in strijd zijn met wettelijke voorschriften van de provincie of van het Rijk (ministeriële verordeningen, AMvB’s, wetten of Grondwet).
• Voorbeeld Een flexplek huren utrecht gemeente voert met een gemeentelijke detailhandelsverordening een bepaald ruimtelijk beleid ten aanzien van detailhandelsvestigingen. Uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening blijkt dat een dergelijke regeling uitsluitend bij bestemmingsplan mag plaatsvinden en niet via een verordening. De detailhandelsverordening wordt onverbindend verklaard in verband met strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Ook bekend zijn in dit verband de gemeentelijke verordeningen die te vergaande beperkingen oplegden aan de vrijheid van drukpers uit art. 7 Gw. In de ogen van de rechter konden deze bepalingen van de gemeentelijke wetgever geen genade vinden.
46 2 Staatsrecht algemeen
Wettelijke voorschriften van de provincie mogen niet in strijd zijn met voorschriften van het Rijk. Ministeriële verordeningen mogen niet in strijd zijn met een AMvB of een formele wet. AMvB’s mogen niet in strijd zijn met een formele wet.
De verhouding tussen nationale wettelijke voorschriften en internationale verdragen is geregeld in art. 94 Gw:
‘Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing indien deze toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende flexplek huren eindhoven bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.’
In gewoon Nederlands: binnenlandse algemeen verbindende voorschriften mogen niet in strijd zijn met internationale verdragen. De verhouding tussen verdragen, formele wetten enerzijds en de Grondwet anderzijds is geregeld in art. 120 Gw:
‘De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.’
Deze bepaling houdt in: Verdragen gaan boven wetten en de Grondwet. Wetten gaan niet boven de Grondwet, maar het is niet aan de rechter om te beoordelen of formele wetten hiermee in overeenstemming zijn.

Internationaal publiekrecht

Internationaal publiekrecht Naast het beschreven nationale publiekrecht onderscheiden we het internationale publiekrecht, dat ook wel volkenrecht wordt genoemd. Het volkenrecht regelt de verhoudingen tussen flexplek huren rotterdam de staten, de organisaties van de staten (bijvoorbeeld de Verenigde Naties) en de burgers in de staten. Staten kunnen overeenkomsten met elkaar sluiten, verdragen genoemd. Die kunnen op veel onderwerpen betrekking hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de belastingheffing van de burgers of bepalen welk recht moet worden toegepast als iemand voor de rechter komt in een andere dan zijn eigen staat. Een verdrag kan ook alleen gevolgen hebben voor de staten, bijvoorbeeld flexplek huren amsterdam een verdrag dat gaat over samenwerking van de staten. Bij een verdrag kunnen ook internationale organisaties van staten worden opgericht, zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie (de Europese Gemeenschap). Zo’n organisatie kan een positie hebben tussen de staten, dan spreekt men van een internationale statengemeenschap, of een positie hebben bóven de staten, en dan spreekt men van een supranationale statengemeenschap. Het verschil tussen beide organisaties is dat bij de flexplek huren utrecht internationale gemeenschappen de staten alleen gebonden zijn aan een besluit van de organisatie als de staten er zelf mee instemmen. Bij de supranationale gemeenschappen kan in het verdrag bepaald zijn dat een besluit de staten bindt, ook als niet iedere staat ermee instemt.
•Voorbeeld Zo hadden de maatregelen die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tegen Irak heeft genomen, zeker niet de instemming van dat land. Toch waren de maatregelen rechtsgeldig, omdat de staten bij het sluiten van het verdrag tot oprichting van de Verenigde Naties hebben bepaald dat de Veiligheidsraad bevoegd is maatregelen te treffen.
Staten die zich aansluiten bij het verdrag, onderwerpen zich aan de bepalingen ervan. Hoe intenser de internationale samenwerking wordt, hoe meer de burger de gevolgen ervan ondervindt. De Europese Unie flexplek huren eindhoven beschikt onder andere in Brussel over een groot ambtelijk apparaat dat regelingen opstelt over vele onderwerpen. Voorbeelden zijn de prijzen die voor landbouwproducten worden vastgesteld, melk-, vlees- en mestquota, visvangstbeperkingen, standaardisatie van producten en technieken, en criminaliteitsbestrijding.