De adviseurs van de StAB

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De adviseurs van de StAB verrichten onderzoek en stellen op grond hiervan de verslagen op. Het onderzoek bestaat dossieronderzoek, locatie-onderzoek en gesprekken met de partijen die bij een geschil zijn betrokken. De kantoorruimte huren rotterdam medewerkers van de StAB beschikken over specialistische kennis die belangrijk is bij veel voorkomende technische vragen. In voorkomende gevallen kan de StAB ook expertise van buiten de StAB inschakelen. De StAB brengt haar onderzoeksverslagen uit aan de rechter, de opdrachtgever (tenzij de opdrachtgever anders heeft bepaald). De opdrachtgever stelt de kantoorruimte huren amsterdam partijen in de gelegenheid te reageren op de inhoud van het verslag.
In werking treden van besluiten op grond van milieuwetten Degene die beroep heeft ingesteld tegen een besluit dat steunt op de Wet milieubeheer (of op de milieuwetten uit art. 20.1 lid 3 Wm), hoeft niet bang te zijn dat het besluit in werking treedt vóórdat hij aan de rechter een voorlopige voorziening heeft kunnen vragen. Art. 20.3 Wm bepaalt namelijk dat de besluiten in werking treden met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaarschriftentermijn of, als geen bezwaarschrift kan worden ingediend, de beroepstermijn afloopt. Indien gedurende de beroepstermijn aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op het kantoorruimte huren utrecht verzoek is beslist. Een nieuw milieuvergunningplichtig bedrijf mag dus pas van start gaan als de milieuvergunning is verleend en de beroepstermijn daartegen is verstreken. De meeste bedrijven (inrichtingen in de zin van het IVB) kunnen direct van start gaan of na een melding op grond van de algemene regels. De hoofdregel dat de besluiten pas na de beroepstermijn in werking treden, geldt niet voor de handhavingsbesluiten en de overige in art. 20.4 Wm genoemde besluiten. In sommige gevallen is het nodig om een besluit onverwijld van kracht te laten worden, bijvoorbeeld bij het aanpassen van voorschriften in verband met het beëindigen een gevaarlijke situatie. Het bevoegd gezag kan in zijn besluit bepalen dat het terstond van kracht wordt: er wordt dan aan het besluit directe werking gegeven (art. 20.5 Wm). Een milieuvergunning die betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting waarvoor tevens een kantoorruimte huren eindhoven bouwvergunning nodig is, treedt pas in werking nadat de bouwvergunning is verleend (art. 20.8 Wm). Indien beroep is ingesteld tegen een beschikking op grond van de WVO en er is een met de beschikking samenhangende Wm-beschikking gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de milieubeschikking betrekking hebben (art. 20.9 Wm).

Emissiehandel

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Emissiehandel is de handel in emissierechten. Emissierechten geven bedrijven het recht om een bepaalde hoeveelheid gassen uit te stoten. Wanneer een bedrijf in werkelijkheid meer uitstoot dan het aantal rechten dat kantoor huren rotterdam het heeft, dan moet het rechten bijkopen of minder uitstoten. Het handelssysteem is flexibel: bedrijven kunnen emissierechten kopen of verkopen. Emissierechten worden voor koolstofdioxide aangegeven in tonnen en voor stikstofoxiden in grammen.
Het milieubeleid voor bedrijven is erop gericht om de uitstoot van vervuilende stoffen zo veel mogelijk te beperken. Daarvoor stelt de overheid algemene kantoor huren amsterdam regels op en verleent ze vergunningen. Een handelssysteem is een relatief goedkope manier om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. Bij emissiehandel kunnen bedrijven zelf kiezen om hun uitstoot te verminderen of extra emissierechten te kopen. Bedrijven die investeren in schonere productieprocessen stoten minder uit en houden daardoor rechten over. Die rechten kunnen zij verhandelen. De bedrijven krijgen kantoor huren utrecht dus een financieel be
9.11 Handel in emissierechten 391
lang bij investeringen om de emissie te voorkomen. De kosten van de investeringen worden afgewogen tegen de kosten van het aankopen van emissierechten. Als de emissierechten schaars en dus duur zijn, is er een grote prikkel om te investeren.
Overheid en emissiehandel De Nederlandse overheid koopt zelf emissierechten voor de belangrijkste broeikasgassen: kooldioxide (COz), lachgas (N20), methaan (CH4) en een aantal fluorverbindingen. Deze handel vloeit voort uit het Kyoto-protocol. Nederland heeft zich verplicht om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met 6% te verminderen ten opzichte van 1990. De aankoop van kantoor huren eindhoven emissierechten draagt bij aan deze doelstelling doordat deze rechten volgens een plan in een steeds afnemend aantal aan de bedrijven ter beschikking worden gesteld. In Kyoto is ook besloten dat industrielanden een deel van hun reductieverplichting mogen realiseren via maatregelen in het buitenland. Daarvoor bevat het Kyoto-protocol drie instrumenten of mechanismen: clean development mechanism (CDM); joint implementation QI) ; emissiehandel.

Wet milieubeheer

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Inrichting type A, inrichting type B en inrichting type C Het begrip inrichting is in art. 1.1 lid 1 Wm gedefinieerd als elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen kantoor huren rotterdam bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. Om onder de werking van het Ab te ‘ vallen, moet de inrichting behoren tot een in het IVB genoemde catfgorie. Inrichtingen met een gpbv-installatie (ook wel IPPC-inrichtingen) vallen buiten de reikwijdte van het Ab: op grond van de Wm zelf zijn die vergun ingplichtig. Drie typen inrichtingen vallen onder het Ab. In het Ab is onderscheid gemaakt tussen inrichtingen van het type A, Ben C. In art. 1.4 Ab wordt aangegeven aan welke kantoor huren amsterdam voorschriften degene die een van deze typen inrichtingen drijft, moet voldoen.
Inrichting type A Onder een inrichting type A wordt verstaan een inrichting waarin alleen de activiteiten worden verricht die staan in de begripsbepaling van art. 1.2 Ab: Het is de inrichting a waarvoor op grond van art. 8.1 Wm geen vergunning is vereist; b waar, indien binnen een afst1nd van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn, in de periode tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld vier of kantoor huren utrecht minder transportbewegingen, als bedoeld in art. 1.11 lid 1 Ab plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer dan 3 500 kilogram is;
c waarbij mede op basis van de aard van de inrichting, niet aannemelijk is dat in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (Leg) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de kantoor huren eindhoven representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 70 dB(A), indien dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met gevoelige gebouwen; ii 80 dB(A), indien onderdeel i niet van toepassing is;

Toetsingsgronden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl
De Wm-vergunning kan behalve in het belang van de bescherming van het milieu (art. 8.10 Wm), slechts in twee gevallen worden geweigerd: ingeval door verlening daarvan strijd zou ontstaan met een bestemmingsof inpassingsplan, een beheersverordening of regels gesteld bij of kantoor huren rotterdam krachtens een provinciale verordening of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in art. 4.1 lid 3 of 4.3 lid 3 Wro (art. 8.10 lid 3 Wm); in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in art. 3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob): indien ernstig gevaar bestaat dat criminele activiteiten door het verlenen van de milieuvergunning kantoor huren amsterdam mogelijk worden gemaakt (art. 8.10 lid 4 Wm).
Tot de bescherming van het milieu behoort ook de zorg voor een zuinig gebruik van energie en grondstoffen.
• Voorbeeld In een uitspraak zei de Afdeling bestuursrechtspraak dat ook bezwaren tegen de aantasting van natuurwetenschappelijke en ecologische waarden ten gevolge van het in werking zijn van een inrichting, bezwaren zijn waarop de Wet milieubeheer betrekking heeft. (ABRvS 26 januari 1999, AB 1999/177)
De wet geeft aan welke kantoor huren utrecht gegevens het bestuursorgaan in ieder geval moet betrekken bij zijn beslissing op de aanvraag (art. 8.8 Wm): de toestand van en de gevolgen voor het milieu; de met betrekking tot de inrichting en het gebied waar de inrichting zal zijn of is gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu; de kantoor huren eindhoven ingebrachte adviezen en zienswijzen; de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;

De gemeente Noordoostpolder

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De beslissing wordt ter inzage gelegd (art. 7.8b lid 6 Wm).
Indien het bevoegd gezag zelf voornemens is een MER-beoordelingsplichtige activiteit te ondernemen, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit een beslissing omtrent winkel huren rotterdam de vraag of, vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder deze activiteit wordt ondernomen, een MER moet worden gemaakt (art. 7.8d Wm)
• Voorbeeld In de gemeente Noordoostpolder was een milieuvergunning aangevraagd voor een fokkerij van 10560 mestvarkens. Burgemeester en wethouders handhaafden na een bezwaarschrift hun eis dat een MER werd opgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde in beroep het besluit, omdat burgemeester en winkel huren amsterdam wethouders geen bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bijzondere kenmerken van de omgeving, konden aantonen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeerde: ‘Verweerders (de gemeente) hebben ook geen bijzondere kenmerken van de omgeving genoemd, die aanleiding geven voor het oordeel dat nader onderzoek in het kader van een milieu-effectrapportage naar de gevolgen van de inrichting is vereist. De Afdeling is gelet hierop winkel huren utrecht dan ook van oordeel dat verweerders zich wegens de door hen genoemde omstandigheid niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat een milieu-effectrapportage nodig is.’ (ABRvS 11 september 1998, BR 1998/960)
Een beslissing op grond van art. 7.8b lid 1 Wm dat geen milieueffectrapportage is vereist, is een beslissing inzake de procedure tot voorbereiding van een besluit. Volgens art. 6:3 Awb is die niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Degene die naar zijn mening ten onrechte een MER-plicht opgelegd krijgt, kan daartegen dus een bezwaarschrift indienen. Indien iemand winkel huren eindhoven voor een activiteit geen MER-plicht opgelegd krijgt, kan een derde, bijvoorbeeld de buurman, daartegen geen ontvankelijk bezwaarschrift indienen (Vz ABRvS
354 9 Wet milieubeheer
5 juni 2000, BR 2000/758). Tegen het uiteindelijke besluit kan een belanghebbende wel bezwaar of beroep indienen, bijvoorbeeld indien hij van mening is dat ten onrechte geen MER is gemaakt.

De Reconstructiewet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Milieuwetgeving De Reconstructiewet laat de milieunormen uit de milieuwetgeving onverlet. Door de reconstructie kan, in het kader van een nieuwe functieverdeling in de concentratiegebieden, evenwel wel worden bijgedragen aan het verwezenlijken van doelstellingen uit het milieubeleid; in het bijzonder kan worden gedacht aan terugdringing van stankhinder en de verwezenlijking van het nog nader winkel huren rotterdam te vormen aanvullend ammoniakbeleid, waarbij zonering rondom verzuringsgevoelige gebieden centraal zal worden gesteld.
Europese Nitraatrichtlijn De Europese Nitraatrichtlijn is van belang bij de reconstructieplannen. Om de concentratie van nitraat in het grondwater van SOmg/l niet te overschrijden, komt er voor rundveebedrijven onder andere een strengere norm voor de hoeveelheid grootvee per hectare. Dit leidt tot claims op de beschikbare ruimte, die in het kader van reconstructie kunnen worden meegenomen.
340 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Wet milieubeheer
9.1 Plannen en programma’s 9.2 Provinciale milieuverordening 9.3 Milieukwaliteitseisen 9.4 Milieueffectrapportage 9.5 Vergunningen voor inrichtingen 9.6 Stoffen en producten 9.7 Afvalstoffen 9.8 Kwaliteit en integriteit 9.9 Verslag-, registratie- en meetverplichtingen 9.10 Financiële bepalingen 9.11 Handel in emissierechten 9.12 Bijzondere omstandigheden 9.13 Handhaving 9.14 Openbaarheid van milieu-informatie 9 .15 Beroep bij de rechter 9.16 Overige milieuwetgeving
Doel van de milieuwetten winkel huren amsterdam is de bescherming van het milieu in ruime zin. Daaronder wordt verstaan het zorgen voor: 1 een gezond en veilig leven: bodem, water, lucht, voedsel, producten en drinkwater moeten zodanig gezond en veilig zijn, dat er slechts een verwaarloosbaar risico is daarvan ziek te worden of daaraan dood te gaan. Het risico van zware ongevallen moet zo laag mogelijk zijn; 2 een aantrekkelijke leefomgeving: de dagelijkse leefomgeving moet schoon en aantrekkelijk zijn; biodiversiteit en winkel huren utrecht bodemvruchtbaarheid moeten behouden worden; 3 instandhouding van vernieuwbare hulpbronnen als zoet water, hout, vis, vruchtbare bodem en hernieuwbare energie en zuinig gebruik van nietvernieuwbare hulpbronnen als fossiele brandstoffen.
In dit hoofdstuk winkel huren eindhoven wordt eerst ingegaan op de Wet milieubeheer (Wm) en daarna kort op overige milieuwetgeving.

Gedeputeerde Staten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ontheffing Indien de gemeente positief heeft gereageerd op een aanbod tot aankoop, kan de verkoper op grond van art. 14 WVGem binnen vier weken winkel huren rotterdam aan Gedeputeerde Staten verzoeken om te worden ontheven van de verplichting met de gemeente te onderhandelen over de verkoop. Binnen zes weken na ontvangst van het verzoek moeten Gedeputeerde Staten op het verzoek beslissen. Dit besluit kan eenmaal met drie weken worden verdaagd. Gedeputeerde Staten mogen het verzoek alleen om gewichtige redenen inwilligen en voor de duur van maximaal drie jaar. Tegen de beslissing winkel huren amsterdam van Gedeputeerde Staten staan de normale rechtsbeschermingsmogelijkheden van de Awb open.
Deskundigen Indien verkoper en de gemeente tijdens de onderhandelingen geen overeenstemming bereiken over de prijs, kan zowel de verkoper als de gemeente de rechtbank verzoeken om één of meer deskundigen te benoemen om de prijs te bepalen (art. 16 WVGem). Nadat het advies is uitgebracht, kunnen burgemeester en wethouders aan de rechtbank verzoeken om een oordeel over de geadviseerde prijs te winkel huren utrecht geven indien de gemeente zich niet met het advies kan verenigen. De gemeente heeft dan gedurende drie maanden een aankoopplicht. De gemeente kan ook afzien winkel huren eindhoven van aankoop. In dat geval heeft de verkoper gedurende drie jaar vrijheid van handelen.

Overige wetten voor ruimtelijke ordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voor onteigening zijn twee procedures nodig: eerst de bestuurlijke procedure en daarna de gerechtelijke, bij de burgerlijke rechter. Meestal wordt op basis van Titel IV onteigend: in het belang van de ruimtelijke winkel huren rotterdam ontwikkeling en de volkshuisvesting. De bestuurlijke procedure vindt dan plaats doordat de onteigening wordt uitgesproken bij een gemeenteraadsbesluit, dat vervolgens wordt goedgekeurd door de Kroon. De bestuurlijke procedure bij de andere onteigeningen vindt in het algemeen plaats door het nemen van een Koninklijk Besluit tot onteigening.
Tegen besluiten op grond van de Onteigeningswet kan geen beroep worden ingesteld op grond van de Awb. De Onteigeningswet staat namelijk in de bijlage winkel huren amsterdam van de Awb, de zogenaamde negatieve lijst. De wetgever meende dat de Onteigeningswet al voldoende rechtsbescherming bood.
Aangezien de onteigening in het belang van de ruimtelijk ontwikkeling en volkshuisvesting het meest voorkomt, krijgt deze als eerste apart aandacht, gevolgd door de onteigeningen op andere gronden.
312 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Onteigening in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de volkshuisvesting Onteigening op basis van Titel IV is mogelijk volgens art. 77 OW: 1 ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan (de bestemmingsplanonteigening) of ter handhaving van de feitelijke toestand overeenkomstig een bestemmingsplan; 2 ten behoeve van de uitvoering van: a een bouwplan in het belang van de volkshuisvesting; b een bouwplan tot het stichten van gebouwen winkel huren utrecht van openbaar nut in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling; c een plan van werken in het belang van de vernieuwing van de bebouwde kom; d een plan van werken voor het opheffen van ernstig achterstallig onderhoud in het belang van de volkshuisvesting (mits een aanschrijving op grond van art. 14 lid 1 of 16 Wonw onherroepelijk is geworden); 3 ten behoeve van de winkel huren eindhoven uitvoering van een bouwwerk indien niet tijdig een begin is gemaakt met de verplichte uitvoering van een bouwplan overeenkomstig de WSDV of niet tijdig daarvoor een bouwvergunning is aangevraagd;

Koopsubsidie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voorwaarden voor het verkrijgen van koopsubsidie zijn: De koper is 18 jaar of ouder op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de woning eigendom van de koper wordt. De koper is geen eigenaar en bewoner geweest van een koopwoning in de
294 7 Woningwet: voorziening in woningbehoefte en financiële steun voor stedelijk en landelijk gebied
drie jaar die voorafgaan aan de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de woning eigendom wordt van de koper. De koper zal de woning zelf bewonen. Vanaf 1 januari 2008 mag het vermogen van de koper over 2007 niet hoger zijn dan €20.014 en niet hoger dan €40.028 als de koper een medebewoner heeft. De koopsom mag niet meer bedragen dan €158.850. De hypotheek mag niet meer bedragen dan €171.558. Over de hypotheek moet een garantie winkel huren rotterdam (Nationale Hypotheek Garantie) worden afgegeven door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. De hypotheek heeft een rentevaste periode van ten minste 10 jaar.
7 .2 Financiële steun voor stedelijk en landelijk gebied 295

Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
8.1 Wet op de stads- en dorpsvernieuwing 8.2 Monumentenwet 8.3 Leegstandwet 8.4 Wet inrichting landelijk gebied 8.5 Onteigeningswet 8.6 Huisvestingswet 8.7 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken 8.8 Boswet 8.9 Wet voorkeursrecht gemeenten 8.10 Belemmeringenwet Privaatrecht 8.11 Ontgrondingenwet 8.12 Natuurbeschermingswet 1998 8.13 Flora- en faunawet 8.14 Reconstructiewet concentratiegebieden
In veel meer winkel huren amsterdam wetten dan de WRO en de Woningwet staan bepalingen die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening en huisvesting. In dit hoofdstuk passeren deze wetten de revue. De behandeling van de wetten gaat zo veel mogelijk volgens een vaste structuur: doel van de wet, instrumenten om dat doel te bereiken, en de eventuele relatie met andere wetten. Indien in de desbetreffende wet wordt afgeweken van de Awb is dit aangegeven.
297
8.1 Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
Achtereenvolgens winkel huren utrecht komen aan de orde het doel en de instrumenten van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, en de relatie met andere wetten.
8.1 .1 Doel van de wet Het doel van Wet op de stads- en dorpsvernieuwing (WSDV) is de bevordering van de stads- en dorpsvernieuwing. Onder stads- en dorpsvernieuwing verstaat deze wet volgens art. 1 WSDV:
‘de stelselmatige inspanning zowel op stedenbouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, winkel huren eindhoven verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.’

De bouwverordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Als de voorwaarde niet uitvoerbaar is, wordt niet voldaan aan de eis dat de voorwaarde is gesteld ter bescherming van de belangen waarvoor de regeling is gemaakt.
•Voorbeeld Volgens de bouwverordening is het verboden zodanig te bouwen dat een bestaand deel van het bouwwerk of een ander bouwwerk niet meer voldoende licht- of luchttoetreding krijgt of de werking van winkel huren rotterdam schoorstenen en ventilatiekanalen wordt belemmerd. Burgemeester en wethouders van Texel hadden een bouwvergunning verleend voor het maken van een kap op een woning. Van het bestemmingsplan was vrijstelling gegeven op grond van art. 19 WRO. Door de bouw zouden de uitmondingen van ventilatiekanalen van de buren niet meer voldoende functioneren. Burgemeester en wethouders hadden daarom in de winkel huren amsterdam bouwvergunning de volgende voor
6.7 Voorschiften of beperkingen aan de bouwvergunning 277
waarde opgenomen: ‘Alvorens met de bouwwerkzaamheden wordt begonnen moeten ten genoege van het college van burgemeester en wethouders, door de aanvrager, op/aan/in de nader te noemen (buur)woningen – in overleg met de betrokken eigenaren/bewoners – de volgende voorzieningen worden aangebracht: ( … ).’ De voorzieningen bestonden onder andere uit het verlengen van een schoorsteen en het aanbrengen van ventilatoren. De Afdeling bestuursrechtspraak accepteerde de voorwaarde niet. De Afdeling vond dat burgemeester en wethouders aan de regelgeving (Woningwet en bouwverordening) niet de bevoegdheid konden ontlenen om te bepalen winkel huren utrecht dat door de ontvanger aan de woningen van derden voorzieningen moesten worden aangebracht. ‘Gebleken is’, zei de Afdeling, ‘dat de buren uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven het aanbrengen van deze voorzieningen thans noch in de toekomst toe te staan. Burgemeester en wethouders waren ten tijde van het nemen van het bestreden besluit met dit standpunt bekend. Het stellen van een voorwaarde waarvan bij voorbaat vaststaat dat deze niet zal kunnen worden vervuld, kan niet geacht worden te strekken tot bescherming van de belangen ten behoeve waarvan het artikel in de bouwverordening is gegeven.’ (ABRvS 21 juni 1994, AB 1995/86)
Ook kan aan de bouwvergunning geen voorschrift of beperking worden verbonden die ertoe strekt het monumentale belang van het pand of andere panden te beschermen. Dat kan wel in de monumentenvergunning (ABRvS 6 juli 2005, BR 2005/910).
De mogelijkheid om voorschriften of beperkingen te stellen is niet bedoeld om aanvragen die niet aan de eisen voldoen toch in aanmerking te laten winkel huren eindhoven komen voor een vergunning. Hoewel kleine wijzigingen na de aanvraag mogen worden ingediend, is het systeem erop gericht dat de aanvraag moet worden beoordeeld zoals ze is ingediend. Een aanvraag voor een bouwvergunning die niet aan de eisen voldoet, moet worden geweigerd. Door voorschriften of beperkingen kan bereikt worden dat een betere keuze wordt gedaan bij het naleven van de regeling of verzekerd wordt dat inderdaad aan de eisen zal worden voldaan.
6