Geschiedenis
Amsterdam boven het IJ bestond vroeger slechts uit het schiereilandje de Volewijck. Tot 1795 is hier het galgenveld waar veroordeelden na de executie worden opgehangen, als afschrikwekkend voorbeeld.
Bron: wikipedia
Met de komst van het Noordhollandsch Kanaal (1824) ontstaat aan de zuidzijde via de Willemssluizen een verbinding met het IJ. Pas in de 19e eeuw groeide dit stuk Amsterdam door aanplempen met havenslib en droogmaking. Zo ontstaan de Buiksloterham (1832-1851) en Nieuwendammerham (1879).
Na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 krijgt Amsterdam dringend behoefte aan industrieterreinen. Fokker vestigt na de Eerste Wereldoorlog zijn vliegtuigfabriek in Amsterdam-Noord. In de loop van de 20e eeuw ontwikkelt Amsterdam-Noord zich tot het belangrijkste industriegebied van Amsterdam. De zware industrie (Draka, Stork), petrochemische industrie (Shell, Ketjen) en de scheepsbouw (ADM en NDSM) komen tot grote bloei.
Amsterdam-Noord kreeg zijn huidige omvang in 1921, wanneer het gemeenten Buiksloot, Nieuwendam (met Zunderdorp) en Ransdorp (met Schellingwoude, Durgerdam en Holysloot) annexeert. In 1966 werd nog een deel van Landsmeer en een deel van de gemeente Oostzaan aan het Amsterdamse grondgebied toegevoegd.
Sinds de jaren zestig is de scheepsbouwindustrie grotendeels verdwenen. Op de plaats van de vroegere ADM verrees in de jaren tachtig een nieuwe woonwijk, IJplein. Op het terrein van de vroegere NDSM zijn sinds de jaren negentig kunstenaars neergestreken. Inmiddels is hier de Mediawharf ontstaan, het nieuwe mediacentrum. De oude hallen en loodsen worden herontwikkeld tot kantoorruimte voor de creatieve sector. Een groot deel van het oude Shellterrein wordt nu tot woonwijk ontwikkeld: Overhoeks. Hier komt ook het toekomstige Filmmuseum, aan de oever van het IJ. Een groot deel van het stadsdeel bestaat nog uit open polderland, genaamd Landelijk Noord, met een aantal kleine dorpen.
Amsterdam-Noord is van de rest van de stad gescheiden door het IJ. Tot 1957 waren de beide delen van de stad uitsluitend per veerpont verbonden. Vanaf 1897 verzorgden de Gemeenteveren de verbindingen. De belangrijkste oeververbinding is de Tolhuispont.
In 1957 werd de eerste vaste oeververbinding geopend, de Schellingwouderbrug. In 1966 kwam de eerste tunnel gereed, de Coentunnel, in 1968 gevolgd door de IJtunnel. In 1990 werd de Zeeburgertunnel geopend onderdeel van de datzelfde jaar geopende Ringweg Noord, onderdeel van de A10.
Sinds 2002 wordt gebouwd aan de metrotunnel van de Noord-Zuidlijn, die Amsterdam-Noord vanaf 2015 via het Centraal Station met de rest van de stad zal verbinden.